Zolzaya Altangerel
Van de Mongoolse steppe naar
Slotervaart
Door
Paola van de Velde
AMSTERDAM
- Toen Zolzaya Altangerel (31) ruim vier jaar geleden de Mongoolse steppe
verliet om in Amsterdam met haar Nederlandse vriend te gaan samenwonen, hoopte
ze stiekem nog dat ze hier als tandarts aan de slag zou kunnen gaan. In haar
vaderland had zij tandheelkunde en biologie gestudeerd. Haar hoop bleek echter
ijdel. De door haar in Mongolië behaalde diploma’s zijn in Nederland niet
geldig. Om als tandarts te mogen werken, zou ze opnieuw een universitaire
studie moeten beginnen, met hooguit enkele vrijstellingen. Altangerel koos
daarom voor een andere carričre: ze is nu assistente op de afdeling
kaakchirurgie in het Slotervaart Ziekenhuis.

„Weer vijf jaar studeren, zag ik
niet zitten”, geeft de jonge vrouw, die in haar jeugd in Mongolië met haar
familie een nomadisch bestaan leidde, toe. „Ik weet hoe zwaar het is. Zeker als
je, zoals ik, je ook nog een nieuwe taal moet eigen maken. Mijn zus, die in
Mongolië werkzaam was als kaakchirurg, heeft wel de moed gehad om hier opnieuw
naar
de universiteit te gaan. Zij heeft nu inmiddels een eigen tandartspraktijk in
Amsterdam.”
Aanvankelijk was het voor Zolzaya – haar voornaam betekent
’met geluk’ - Altangerel behoorlijk moeilijk om werk te vinden. „Het
Slotervaartziekenhuis zocht wel dringend operatieassistenten, maar ze vonden
mijn Nederlands nog niet goed genoeg”, vertelt ze.
„Toch gaven ze mij een kans. Om te bewijzen dat ik gemotiveerd genoeg was,
mocht ik vier maanden onbetaald stage lopen op de OK. Die kans heb ik met beide
handen aangegrepen.
Zo ben ik ook de opleiding tot operatieassistente ingerold. Twee jaar lang heb
ik op die afdeling gewerkt, nu ben ik sinds kort overgestapt naar
kaakchirurgie.”
Aysel Erbudak, directrice van het Slotervaartziekenhuis,
hoort het verhaal van Zolzaya met plezier en herkenning aan. „Wij zijn een
kleurrijk ziekenhuis. Er werken hier veel verschillende nationaliteiten samen
en daar ben ik trots op. Toch ben ik geen voorstander van positieve
discriminatie. Mensen een kans geven louter en alleen omdat ze vrouw of
allochtoon zijn, vind ik niet goed. Ik neem uitsluitend personeel aan dat
gemotiveerd is. Wie echt wil werken, moet een kans krijgen”, zegt ze. „Een
taalachterstand is daarbij, wat mij betreft, niet altijd een probleem. Dat je
de taal nog niet geheel machtig bent, als je pas in Nederland bent komen wonen,
zegt niets over je talenten of capaciteiten”, benadrukt Erbudak.
„Lastiger dan een taalachterstand, is vaak de culturele
achterstand. Doordat nieuwkomers de Nederlandse cultuur nog niet kennen en
begrijpen, ontstaan er ook op werkvloer veel misverstanden”, zegt de
directrice. Als voorbeeld noemt zij een andere buitenlandse vrouw die in haar
ziekenhuis werkzaam was. „Het ging mis met haar omdat ze vanuit haar eigen
culturele achtergrond was opgevoed met het idee dat je altijd respect voor je
leidinggevende moest tonen. Ze zocht steevast de fout bij zichzelf en sprak
haar chef nooit tegen. Ook niet als hij een besluit nam dat ze niet kon
accepteren. Omdat ik zelf Turks ben, herken ik dat gedrag meteen. Ik benoem het
en wil het graag bespreekbaar maken om zo de problemen hier in huis meteen op
te lossen.”
Zolzaya Altangerel beaamt dat zij in het begin ook niet
alles durfde te zeggen tegen haar chef en collega’s. „Als Mongoolse ben ik vrij
teruggetrokken. Introvert. Ik ben opgevoed met het idee dat ik altijd beleefd
moet zijn. Ik vond de mensen hier in Nederland veel te open en te direct.
Daardoor voelde ik mij soms onbegrepen en buitengesloten. Met sommige collega’s
kon ik niet opschieten. Ik begreep ze gewoon niet. En zij mij ook niet omdat ik
niets durfde te zeggen. Daardoor was ik vaak verdrietig en moest ik af en toe
huilen.”
In De Telegraaf las Zolzaya vorig jaar een oproep voor een
succestraining voor hoogopgeleide allochtonen van Dale Carnegie. „Dat leek me
de sleutel tot de oplossing voor mijn probleem. Ik heb meteen een brief
geschreven dat ik graag wilde deelnemen. Ik hoopte zo meer zelfvertrouwen te
krijgen, beter met stress om te gaan en de Nederlandse cultuur beter te leren
kennen.”
Volgens Hans van der Laan, directeur van Dale Carnegie
Benelux, is Zolzaya daarin geslaagd.„Vanuit de Dale Carnegie principes leert
iedereen om oprecht de dingen vanuit het perspectief van de ander te bekijken.
Zonder aan je eigen kernwaarden en authenticiteit voorbij te gaan. Daarbij leer
je ook positieve zaken van elkaar te waarderen en te delen.”
Zolzaya Altangerel knikt. „Ik ben een stuk assertiever
geworden. En merk dat het contact met mijn collega’s veel prettiger verloopt.
Ik ga met plezier naar mijn werk.”
|